Site Network: Login | .

com·pe·ten·tie (de ~ (v.), ~s)

1 deskundigheid, geschiktheid => bekwaamheid
2 bevoegdheid tot handelen of oordelen
3 [taalk.] impliciete kennis die men heeft van de eigen taal => taalcompetentie

Competenties


01.00   B E S T U U R L I J K - O R G A N I S A T O R I S C H E  C O M P E T E N T I E S

01. Bestuurlijk-organisatorische competenties
Terug