Site Network: Login | .

com·pe·ten·tie (de ~ (v.), ~s)

1 deskundigheid, geschiktheid => bekwaamheid
2 bevoegdheid tot handelen of oordelen
3 [taalk.] impliciete kennis die men heeft van de eigen taal => taalcompetentie

Competenties


02.07   C O M M U N I C A T I E V E  V A A R D I G H E D E N
            synoniemen: mondelinge/schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, ~ presentatie,
            ~ communicatief, ~ communiceren, ~ presenteren, ~ gespreksvaardigheid
Ideeën en informatie, zowel mondeling als schriftelijk helder en duidelijk kunnen overbrengen, zodanig dat de essentie wordt begrepen, met een effectief gebruik van de bestaande communicatiemiddelen.
Gebruikt afhankelijk van de situatie of het doel een geschikte vaardigheid of een passende wijze van communiceren (mondeling, schriftelijk etc.).
  • Niveau Bekwaam - Luisteren en overbrengen
    • brengt een heldere en logische structuur aan in de informatie, door vorm en opbouw; to-the-point, wijdt niet onnodig uit
    • gebruikt taal die aansluit bij de boodschap en doelgroep, gebruikt geen onnodig vakjargon
    • mondeling: spreekt rustig en duidelijk verstaanbaar Nederlands (snelheid, volume, articulatie); maakt hierbij effectief gebruik van woord, gebaar en hulpmiddelen.
    • schriftelijk: Schrijft helder, beknopt en foutloos (woordkeuze, spelling, grammatica)
    • toont belangstelling en betrokkenheid en luistert actief naar anderen; vraagt de ander naar zijn mening, advies en welbevinden
    • is in uitleg rustig en zeker, net zolang totdat de boodschap volledig bij de ander is overgekomen
  • Niveau Advanced - Effectief en efficiënt informatie zenden en ontvangen
    • presenteert zich gemakkelijk en legt contacten in verschillende sociale en multiculturele omgevingen
    • bouwt een betoog logisch op en houdt de aandacht vast
    • toetst of boodschap is overgekomen op doelgroep
    • stelt zich open voor overleg
    • onderkent (non)verbale communicatie
  • Niveau Executive - Zorgdragen voor een goed communicatieklimaat
    • heeft aandacht voor andermans behoeften, belangen, emoties en opvattingen en anticipeert hierop door verbale en non-verbale communicatiestijl aan te passen
    • maakt complexe onderwerpen begrijpelijk voor anderen
    • stimuleert anderen tot helder communiceren
    • bevordert de onderlinge communicatie
  • P R E S E N T E R E N (van ideeën)
    - De eigen visie, ideeën of mening helder, duidelijk en zodanig boeiend of enthousiasmerend overbrengen op anderen.
  • Gedragskenmerken:
    • Weet de aandacht van de gesprekspartners te verkrijgen door een kernachtig verhaal, op de toehoorders afgestemde voorbeelden, een boeiende verteltrant, een enthousiaste houding
    • Gebruikt een logische opbouw (komp/roomp/staart). Houdt een samenhangend helder betoog waarin hoofd- en bijzaken gescheiden zijn
    • Gebruikt leermiddelen zoals een overheadprojector, videoapparaat, flip-over, whiteboard e.d. op adequate wijze.
  • G E S P R E K S V A A R D I G H E I D - Het in gesprekken zodanig structureren, optreden en interveniëren dat het beoogde resultaat op effectieve wijze wordt bereikt (synoniemen: luisteren).
  • Gedragskenmerken:
    • Bereidt belangrijke gesprekken voor, zorgt dat hij het doel en de door hem gewenste aanpak kan aangeven
    • Brengt structuur aan in het gesprek: inleiding, doel aanpak, kop/romp/staart, afsluiting
    • Toont vaardigheid in het luisteren, samenvatten de doorvragen (LSD).

Terug